Als een soort aanmoediging heb ik nog voor het avondeten mijn hardloop kleren aangetrokken. Mijn sportbroek (een lelijke bruine broek die ik voor wadlopen heb gekocht; de bedoeling was om die daarna weg te gooien; pech wilde, dat die schoon werd), een rood T-shirt en prof-hardloopsokken. Ik heb nog in de spiegel gekeken en vond, dat het beslist niet bij elkaar paste. De kleurstelling was vreselijk. Aan de andere kant, het gaat niet om de vorm, maar om de inhoud. Toch? Toen ik mij aan mijn kinderen liet zien, vroeg mijn dochter van vijf: “heeft papa geen kleren die wel bij elkaar passen?”. Ik heb snel een ander t-shirt aangetrokken. Blauw. Die combinatie werd door mijn kinderen beter gevonden.

We hebben de kinderen naar bed gebracht. Ik wilde liever zelf naar bed gaan in plaats van hardlopen. Ik was erg moe. De kinderen vonden het spannend, dat hun papa ging rennen. Ze wilden het graag zien. Ik maakte nog even een grap, dat ik mama ging bellen als ze mij met de auto moest komen ophalen. Ze wilden dan beslist mee. Wat willen ze zien? Een uitgeputte vader die geplakt op de straat ligt? Mooi niet!
Geen smoes meer. De kinderen liggen op bed. Avond eten is al gezakt. Mijn vrouw moedigt mij aan (lees: gooit weg) om te gaan beginnen. Geen keuze dus. Ik heb ook wel veel zin in.
Welke schema moet ik kiezen om een goede start te maken? Hoe vaak, hoe lang en hoe intensief moet ik hardlopen? Met deze vraag heb ik wat websites bezocht. Op hardloopschema.nl heb ik een lijst met trainingsschema’s gevonden. Daarvan heb ik voor een schema “van 0 naar 20 minuten (matig snelle opbouw met 3 x trainen p/w)” gekozen. Na tien weken zou ik 20 minuten moeten kunnen hardlopen. Het klinkt goed.
Geadviseerde hardloperstatus:
Je hebt zeer weinig tot geen hardloopervaring. Klopt.
Je bent een beginnende hardloper. Ja.
Je bent blessurevrij en niet blessuregevoelig. Het eerste antwoord is ja. Het tweede weet ik niet.
Morgen ga ik beginnen.
Ik heb mijn vrouw verteld, dat ik graag zou willen hardlopen. Haar antwoord was: “moet je doen”. Ik en mijn grote mond…
Vandaag ben ik een winkel binnengelopen op jacht naar loopschoenen. Grote megastore. Met groot bedoel ik erg groot. Dit soort winkels heeft één nadeel – wat je ook zoekt, je begint altijd in de verkeerde hoek. Dan sta ik eindelijk voor het rek met hardloopschoenen. Met enthousiasme en zonder enige kennis van zaken heb ik de schoenen bestudeerd. Daarna ben ik weggelopen. Zonder schoenen en met twijfel. Buiten stond mijn vrouw als een lijfwacht te wachten. Ik heb haar aangekeken en met de woorden “ik ga het nog één keer proberen”, keerde ik terug. Helaas stond er dit keer vlakbij het schoenenrek een verkoopster. Ja hoor, als je ze nodig hebt, dan zijn ze niet te vinden. Ik hoopte, dat ik niemand zou vinden en daar staat ze. Ze had en tijd en wilde mij graag helpen. Geen uitweg meer.
Ik moest vertellen op welk soort bodem wilde ik lopen. Oooo…, dus daarop moet je ook letten. Nog paar vragen en dan sta ik ineens in hardloopschoenen. En nu? Ik moest even een rondje door de winkel lopen. Tussen kledingrekken en met rare blikken van andere klanten heb ik een rondje gemaakt. Het voelde goed. De schoenen hebben vering en het voelt alsof ik op de maan loop. Inmiddels is mijn vrouw met kinderen aangekomen. De kinderen roepen: “mooie schoenen papa!”. Natuurlijk vinden ze ze mooi. Ze glimmen en ‘schreeuwen’ met rode accenten. Het besluit valt snel. Ik neem ze. Nog twee paar speciale sokken gekocht en dan sta ik buiten. De eerste stap is gezet. Het eerste rondje gedaan.

Recente reacties