Na de eerste 300 meter verwachtte ik trouwe supporters langs mijn route. Ik zag ze in de verte… in de speeltuin… spelen. Toen ze mij zagen renden ze naar mij toe. Ze stonden aan de kant van de weg en klapten. Dat gedrag van de supporters hebben ze tijdens een wedstrijd gezien. Sinds die tijd moeten we ook klappen als onze kinderen rennen
. Het support moment van mijn vrouw en de kinderen was erg leuk. Na die leuke ontmoeting moest ik verder en dat was niet zo makkelijk.
Mijn rechter kuit doet pijn vanaf het begin. Mijn linker voet doet ook pijn. Ik probeer beide voeten ontspannen te houden. Het helpt. Beide pijnen verminderen. Op de tweede kilometer ben ik op mijn 13 minuten gekomen. Geen verbetering vandaag, maar dat hoeft ook niet. Ik wil 40 minuten continu rustig hardlopen. Voor mij is het veel belangrijker om het uit te houden dan snel te zijn. Na 2,3 km zie ik weer mijn trouwe supporters. Die tweede ontmoeting was een verrassing voor mij. Even zwaaien naar elkaar en ik ga verder. Mijn benen doen bijna geen pijn, maar het gaat nog steeds iets moeizaam. Vanuit een ander straatje verschijnt een andere hardloper voor mij. Hij loopt zo’n 50 meter voor mij. Omdat we in bijna hetzelfde tempo lopen, is het een leuke aanmoediging. Maar wacht even. Volgens mij kom ik dichter bij hem. Hij versnelt nog even, maar daarna kan ik hem inhalen. Met groot gemak. Ik merk dat het rennen erg makkelijk gaat. Alle pijn is weg. Ik heb het gevoel, dat ik eindeloos kan hardlopen. Ik maak nog een extra rondje, maar er komt geen vermoeidheid. Ik stop toch. Na mijn vorige training moet ik rustiger doen. Ik heb 6,7 kilometer in 47 minuten gelopen met een gemiddelde snelheid van maar 8,6 km/h. Ik heb toch een grote vooruitgang geboekt. Tot vandaag toe dacht ik, dat ik niet langer dan 25 minuten kan lopen. Nu weet ik zeker, dat ik het langer kan volhouden. YES!
Ik durf meteen in de poort met hardlopen te beginnen. Ik heb wel vertrouwen, dat het goed gaat. Vanaf de tweede trainingsdag heb ik geen spierpijn gehad. Mijn conditie wordt beter. Nu kan ik mij op ademen concentreren. Mijn kuit doet weer pijn bij hetzelfde paaltje als op maandag en de darm wordt na 15 minuten ook even actief. Verder gaat het goed. Ik maak langere passen, dan twee dagen eerder. Mijn levensrecord voor 2 kilometer is weer verbeterd. Dit keer is het 13 minuten geworden (inclusief kuit rekken). De laatste 3 minuten in D2 ervaar ik als pittig, maar het lukt mijn toch om vol te houden. Weer geen spierpijn en een goed gevoel.
Het weer was ook erg genadig voor mij. Ik heb precies tussen de buien gerend. Toch ben ik niet helemaal droog. Mijn t-shirt is erg nat…
De tot nu toe behaalde resultaten van mijn trainingen staan onder in de tabel. Ik zou het niet weten of het goed is of niet. Als jij er wel verstand van hebt, kun je commentaar op mijn prestaties geven.

Vanochtend heb ik ineens minder spierpijn. Her en der heb ik wat kwaaltjes, maar in het algemeen gaat het goed. Ik had ergere gevolgen verwacht. Ongelooflijk hoe snel het lichaam zich kan herstellen.
Dit keer ben ik minder zenuwachtig. Ik weet waar en hoe ver kan ik lopen. Vandaag ben ik van plan een nieuwe route te gaan lopen. Iets verder van huis af… De eerste 20 minuten moet ik in een rustig tempo gaan lopen. Als het goed is kom ik dan terug in de buurt van mijn huis. Daar kan ik risico nemen om meer intensief te trainen.
Op oude vertrouwde wijze zoek ik een rustige plek om te beginnen. Even rond kijken. Niemand ziet mij, dus kan ik beginnen. De eerste stappen gaan nog iets moeizamer. Daarna gaat het als een trein. Ik zal het een stoptrein noemen. Ik doe het veel rustiger dan op de eerste dag. Op deze manier probeer ik mijn krachten voor het tweede deel te sparen. In kleine stapjes beweeg ik voort. Langzaam, maar blijf ik toch bewegen. Weer een wonder!
Ik geniet van de omgeving. Het is zo rustig en de natuur ziet er prachtig uit in het avondlicht. Het ziet er anders uit dan overdag met veel verkeer erbij. Dan behoor ik zelf tot de haastige voorbijschieters. Nu kan ik rustig alles bekijken. Prachtig!
Onverwachts kom ik een renner tegen. Hebbes – hij wandelt, ik niet. Hij bekijkt mij wat treurig en begint weer te rennen. Heb ik een goede daad gedaan? Heeft mijn aanwezigheid deze man gemotiveerd om door te gaan? Zal best. Mijn eerste twee kilometers heb ik in 20 minuten afgelegd. Voor mij een grote prestatie. Ik blijf rennen en dat is aller belangrijkst voor mij op dit moment. De laatste 10 minuten van de training komen veel zwaarder over. Ik ben moe en moet ik nog meer van mij geven. Het is belangrijk om een goed tempo aan te houden. Niet te hard en niet te langzaam. Het werkt… totdat ik achter mij een andere hardloper hoor. Hij komt dichter en dichter bij. Ik kan het niet laten. Hij blijft nog steeds achter mij, maar ik raak op. Een onverwachte linksaf beweging lost het probleem op. Hij heeft mij niet ingehaald en ik ga niet sterven van vermoeidheid. De laatste meters zijn ontzettend zwaar, maar ik heb weer mijn half uur gehaald. Bovendien is de spierpijn helemaal verdwenen.
Ik heb nog steeds het vermoeden, dat ik een verkeerd hardloopschema heb gekozen. Ik durf het niet te checken. De spanning die moet ik leveren voelt juist zo lekker.
In mijn schema staat, dat ik in een rustig tempo 30 minuten moet hardlopen. Dat is best vreemd, als ik na 10 weken 20 minuten in een rustig tempo zal moeten lopen. Het zal best. Ik ga het even proberen.
Toen ik buiten de poort stond durfde ik nog niet te rennen. “Wat als ik na 20 meter niet meer kan bewegen? Dan kom ik zeker één van de buren tegen.” Om de wet van Murphy* niet in werking te laten komen heb ik besloten om eerst te gaan wandelen naar een rustiger plaats.
Als beginner sta je nog met twee vragen. Welke route moet ik kiezen en hoe ver kan ik gaan? Die route is voor plezier en gemak. Afstand is belangrijk om toch op redelijk tijd terug naar huis te keren. Ik besluit rondjes te lopen dichtbij mijn huis. Gelukkig is mijn woonomgeving vol natuur. Dan kan ik genieten van rust en prachtige uitzichten. Ander geluk ligt in het weer. Het is droog en lekker warm.
De eerste 15 minuten gaat het goed. Ik houd een rustig tempo aan. Helaas heb ik na het eerste kwartier een scherpe pijn aan de linkerkant van mijn buik. Mijn darm. Na een minuutje wandelen kon ik verder. Ik zie andere renners voorbij schieten. Ooit kan ik het ook, denk ik dan. De eerste 30 minuten zijn voorbij. Ik heb 3,7 km gelopen. Ik ben moe, maar ik voel me erg goed. Hier en daar heb ik pijn. De meeste pijn doen mijn… armen en handen. Morgen wordt duidelijk hoe groot de schade is die ik heb opgelopen.
De vierde wet van Murphy stelt dat hoe groter het wonder is, hoe minder mensen kijken. Ik heb het gered, maar niemand heeft het gezien! Deze wet is dus waar…
*
# De eerste wet van Murphy stelt dat als er iets fout kan gaan, het ook daadwerkelijk fout gaat.
# De tweede wet van Murphy stelt dat de fout altijd op het meest onaangename moment gebeurt.
Recente reacties